Hof Amsterdam 23 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5030
Parkeerbelasting; van belanghebbende die zich erop beroept dat sprake is geweest van in- en uitstappen, kan op zijn minst worden gevergd dat hij nader concretiseert wat de redengevende feiten en omstandigheden waren die tot deze conclusie nopen. Nu hij dit niet heeft gedaan moet het ervoor worden gehouden dat de auto geparkeerd stond. Geen strijd met artikel 8 EVRM, omdat – anders dan in HR 24 februari 2017, nr. 15/02068, ECLI:NL:HR:2017:286, BNB 2017/79 (het ‘ANPR-arrest’) – naar het oordeel van het Hof in dit geval geen sprake is van een inmenging in het privéleven. Het standpunt van belanghebbende dat hij op grond van Artikel 7:4, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht recht heeft op toezending van het integrale dossier vindt geen steun in de tekst van dat artikel noch in de Memorie van Toelichting daarop
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Amsterdam 20 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2604
- Hof Amsterdam 16 mei 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1796
- HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:286
- Hof Amsterdam 7 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:146
- HR 29 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV9648
- HR 1 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7081
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 25 september 2001, ECLI:NL:XX:2001:AN9273