Hof Amsterdam 28 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4977
Bijstandsverhaal; uit art. 1:394 BW noch enige andere wettelijke bepaling vloeit voort dat de onderhoudsplicht van de verwekker verband houdt met de aard of de bestendigheid van de (voorafgaande) relatie tussen de verwekker en de moeder; bij de bepaling van de behoefte van de minderjarige - waar het gaat om een eerste vaststelling van een onderhoudsbijdrage - dienen niet alleen de financiële middelen van de vrouw, maar ook die van de man in aanmerking te worden genomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl