Hof Amsterdam 21 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4791
Klacht tegen een notaris. Het BFT verwijt de notaris dat zij op drie momenten een negatieve bewaringspositie heeft laten ontstaan, op verschillende rapportagetijdstippen vertekende gegevens heeft getoond ('windowdressing') en de continuïteit van haar notarispraktijk in gevaar heeft gebracht als gevolg van een negatieve liquiditeitspositie en negatief eigen vermogen. Het hof komt omtrent het handelen van de notaris tot dezelfde bevindingen als de kamer. Daarmee onderschrijft het hof het oordeel van de kamer dat de klacht in al haar onderdelen gegrond is. Inzet van het hoger beroep is de vraag welke op te leggen maatregel in dit geval passend is. Het is vaste rechtspraak dat een inbreuk op de bewaringsplicht in beginsel leidt tot een ontzetting uit het ambt. Slechts in geval van bijzondere omstandigheden kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. In dit geval is sprake van een inbreuk op de bewaringsplicht op drie momenten, een negatieve liquiditeitspositie en negatief eigen vermogen op twee momenten en het vier maal tonen van een vertekend beeld van de financiële cijfers aan het BFT. Naar het oordeel van het hof zijn deze feiten zo ernstig dat ontzetting uit het ambt, overeenkomstig het uitgangspunt, in beginsel op zijn plaats is. De door de notaris aangevoerde bijzondere omstandigheden wat haar persoonlijke situatie betreft kunnen niet gelden als bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen op het uitgangspunt. Naast persoonlijke omstandigheden heeft de notaris als andere bijzondere omstandigheden aangevoerd de door haar getroffen (controle)maatregelen en het positieve effect van deze maatregelen op de financiële cijfers van (het kantoor van) de notaris. Het hof overweegt dat deze door de notaris genoemde omstandigheden als bijzondere omstandigheden gelden die afwijking van het uitgangspunt rechtvaardigen. Bij het bepalen van de op te leggen maatregel laat het hof zwaar meewegen het vertrouwen dat het BFT heeft dat de notaris de effectief gebleken maatregelen zal continueren. Gelet op de aard, frequentie en ernst van de feiten die de notaris worden verweten acht het hof een schorsing van substantiële duur aangewezen. Het hof komt tot een schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van drie maanden.
De uitspraak op rechtspraak.nl