Hof Amsterdam 16 februari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4142

Op grond van artikel 6 lid 2 Lpw moet een kennisgeving van vrijstelling van de leerplicht ten minste een maand voordat de jongere leerplichtig wordt, worden ingediend. Uit de parlementaire geschiedenis en jurisprudentie blijkt dat deze termijn strikt moet worden uitgelegd. Wanneer een kind eenmaal op een school ingeschreven is geweest, komt het nadien niet meer voor een vrijstelling in aanmerking, behoudens bijzondere omstandigheden. Zulke omstandigheden zijn bijvoorbeeld een verhuizing (waarna het type school dat een kind eerder heeft bezocht niet meer binnen redelijke afstand ligt) of de overgang van het primaire naar het middelbare onderwijs. Op grond van artikel 8 lid 2 Lpw kan een beroep op vrijstelling op grond van bezwaren tegen de richting van het onderwijs op, binnen redelijke afstand van de woning gelegen scholen, niet worden gedaan indien de jongere in het jaar voorafgaande aan het beroep op vrijstelling geplaatst is geweest op een school waartegen bedenkingen worden geuit. Gezien de hierboven genoemde restrictieve uitleg van het moment waarop de vrijstelling op grond van artikel 6 lid 1 Lpw moet worden gedaan, stelt het hof vast dat artikel 8, lid 2 Lpw, voor gevallen bedoeld in artikel 6, lid 2 onder a Lpw, uitsluitend ziet op gevallen waarin een kind tussen zijn vierde verjaardag en het moment waarop hij leerplichtig wordt, (onverplicht) ingeschreven is geweest op een school. Dat [het kind] op het moment van leerplichtig worden in het buitenland verbleef, is niet relevant voor beantwoording van de vraag of de verdachte een beroep op vrijstelling nog toekomt. Als in het onderhavige geval een maand voordat de leerplicht voor [het kind] inging een beroep op vrijstelling was gedaan, zou dit beroep immers niet geslaagd zijn omdat hij gedurende zijn vierde levensjaar enige tijd ingeschreven heeft gestaan op een basisschool en die school ook heeft bezocht. Dat dit beroep nu, door verblijf in het buitenland bij de ingangsdatum van de leerplicht, in oktober is gedaan, maakt de betekenis van artikel 8 lid 2 Lpw in combinatie met artikel 6 lid 2 Lpw en gezien artikel 39 WPO niet anders. Het hof stelt aldus vast dat de vrijstelling van de leerplicht op grond van bedenkingen tegen de richting van verschillende scholen, niet meer kan worden verkregen nadat een kind eenmaal – verplicht of onverplicht – ingeschreven is geweest op een school waartegen nadien bedenkingen worden geuit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken