Hof Amsterdam 29 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1206
Verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van het in voorraad hebben van valse biljetten van € 500,-. Het hof overweegt dat uit de genoemde feiten en omstandigheden moet worden afgeleid dat de verdachte, samen met zijn medeverdachte(n), in een hotelkamer valse bankbiljetten voorhanden heeft gehad met de bedoeling om ze als echt en onvervalst uit te geven, al dan niet middels een ‘wisseltruc’ waarbij het meegebrachte en geplaatste meubel een rol zou spelen en waarin de (jonge en kleinere) broer van verdachte heimelijk zou plaatsnemen. Het scenario van verdachte acht het hof niet aannemelijk. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en aftrek van voorarrest.
De uitspraak op rechtspraak.nl