Hof Amsterdam 23 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:642

Huur bedrijfsruimte. Perikelen rond de vraag of geïntimeerde (vanwege de ontbinding van de oorspronkelijk hurende vof en de oprichting van de huidige vof, geïntimeerde) de huurder is. Onvoldoende belang bij althans misbruik van recht ten aanzien van de op die grond door verhuurder gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst c.a. Huurder is op grond van art. 10 van de bij de huurovereenkomst behorende algemene voorwaarden verplicht mee te werken aan het door verhuurder gewenste noodzakelijke funderingsherstel. Het feit dat verhuurder op grond van die bepaling verplicht is om bij de uitvoering van die werkzaamheden zoveel mogelijk rekening te houden met de belangen van huurder impliceert niet dat huurder medewerking aan de werkzaamheden kan weigeren op de grond dat partijen het niet eens zijn over het antwoord op de vraag wat deze verplichting concreet inhoudt. Nadere voorwaarden en suggesties van het hof om verdere problemen te voorkomen. Geen devolutief verweer ten aanzien van door verhuurder gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen