Hof Amsterdam 5 oktober 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5268
Artikel 137c Sr. De uitlatingen van de verdachte, in het bijzonder gelet op de gekozen bewoordingen, de context waarin deze zijn gedaan en de zeer beperkte of zelfs afwezige functionaliteit daarvan in het maatschappelijk debat, kunnen worden aangemerkt als groepsbelediging van Joden wegens hun ras en zijn als zodanig strafbaar. Deze inbreuk op verdachtes recht op vrijheid van meningsuiting is niet in strijd met artikel 10 EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl