Hof Amsterdam 29 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5111

Klacht van het BFT tegen een notaris. Het BFT verwijt de notaris: i. dat hij zowel zakelijk als privé een negatieve liquiditeits- en solvabiliteitspositie heeft laten ontstaan en voortbestaan; ii. dat hij, ondanks de aan hem gegeven hersteltermijn tot 31 januari 2015, zijn financiële administratie nog niet op orde heeft. Verder zijn in enkele boedeldossiers nog steeds geen afwikkelingshandelingen verricht; iii. dat hij, althans de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame kandidaat-notaris, in een boedeldossier zonder toestemming van de erfgenamen declaraties heeft verrekend met het bedrag dat aan de erfgenamen in dat dossier toekomt. Ook heeft hij, althans de kandidaat-notaris, kosten in verband met een tegen de notaris aanhangig gemaakte tuchtklachtprocedure bij de erfgenamen in rekening gebracht. Verder zijn de aan het dossier bestede uren niet vastgelegd. De kamer heeft de klacht op onderdeel iii. ongegrond verklaard en de klachtonderdelen i. en ii. gegrond verklaard en de notaris de maatregel van ontzetting uit het ambt opgelegd. Het hof bevestigt de bestreden beslissing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken