Hof Amsterdam 9 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:462
Klager verwijt de notaris - samengevat weergegeven - het volgende. a. De notaris heeft onzorgvuldig en overhaast gehandeld bij de intrekking van de notariële volmacht van 20 september 2013. Verder heeft de notaris te snel en zonder voldoende onderzoek het levenstestament van de zus opgesteld en een verzoek tot onderbewindstelling en mentorschap ingediend. Dit verzoek was bovendien onnodig. b. De notaris heeft haar werkzaamheden met betrekking tot het indienen van het verzoek tot onderbewindstelling en mentorschap ten onrechte bij de zus in rekening gebracht. c. De notaris heeft zich onheus uitgelaten over klager, zowel jegens klager zelf als tegenover derden. d. De notaris is aanwezig geweest bij de zitting van de kantonrechter op 20 januari 2014. De notaris heeft voorts de rechtbank benaderd zonder klager daarvan in kennis te stellen. Zij heeft zich aldus gedragen in strijd met een goede procesorde. De kamer heeft de klacht op twee onderdelen ongegrond en op twee onderdelen gegrond verklaard en aan de notaris de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het hof verklaart nog een klachtonderdeel gegrond en bevestigt de beslissing van de kamer voor het overige.
De uitspraak op rechtspraak.nl