Hof Amsterdam 26 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2020
Faillissementscurator hoefde de ondernemingsraad niet om advies te vragen over besluit tot verkoop van (een belangrijk deel van) de activa van DA Retailgroep en van Retail Shared Service Centre aan Nederlandse Drogisterij Service Exploitatie B.V. Het adviesrecht van de ondernemingsraad is in beginsel onverenigbaar met de op de afwikkeling van de boedel gerichte rol van de curator in faillissement. Of, en zo ja, in welke gevallen een uitzondering op dit beginsel denkbaar is, kan hier, gelet op het volgende, in het midden blijven Op basis van de stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht, is voldoende vast komen te staan dat de curator de onderneming van de gefailleerde vennootschappen gedurende de faillissementen niet heeft voortgezet. Zijn handelingen als curator waren beperkt tot het verder, met toestemming van de rechter-commissaris, uitvoering geven aan het door hem als bewindvoerder tijdens de surseances in gang gezette biedingsproces en het daarna verder afwikkelen van de failliete boedels. De curator heeft de ondernemingen aldus niet in stand gehouden. Hij was dientengevolge niet gehouden (vooraf) advies van de OR met betrekking tot dat besluit te vragen en evenmin verplicht de kosten van deze procedure voor rekening van de boedels te laten komen. De Ondernemingskamer wijst daarom het verzoek van de OR af.
De uitspraak op rechtspraak.nl