Hof Amsterdam 12 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:133

Met dagtekening 6 januari 2007 is aan belanghebbende een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het boekjaar 1 december 2001 tot en met 31 augustus 2002 opgelegd. Op 29 maart 2010 is belanghebbende door de Kamer van Koophandel ontbonden. Na eerst bezwaar te hebben gemaakt komt belanghebbende op 22 februari 2013 in beroep tegen de aanslag. De rechtbank is van oordeel dat vanwege de ontbinding en het sluiten van de vereffening belanghebbende geen rechtshandelingen meer kon verrichten en heeft het beroep om die reden niet-ontvankelijk verklaard. Het Hof stelt echter vast dat belanghebbende heeft gesteld dat zij aanspraak maakt op een schadevergoeding omdat het opleggen van de navorderingsaanslag onrechtmatig zou zijn. Een dergelijke schadevergoeding kan alleen worden toegekend indien het beroep tegen de navorderingsaanslag gegrond is. Voor het vereffenen van de bate bestaande uit de vordering tot schadevergoeding, was dus het instellen van beroep bij de rechtbank nodig. Het Hof is dan ook van oordeel dat de rechtbank het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard en wijst de zaak terug naar de rechtbank.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken