Hof Amsterdam 22 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1096

Klager verwijt de notaris - kort gezegd - dat hij: i. in een proces-verbaalakte verklaringen heeft vastgelegd met een ander doel dan waarvoor de bevoegdheid tot het opmaken van een dergelijke akte is toegekend. Dit is in strijd met artikel 6 lid 3 van de Verordening beroeps- en gedragsregels 2011; ii. zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door de proces-verbaalakte ter informatie aan een rechter in de rechtbank ’s-Hertogenbosch te doen toekomen; iii. misbruik heeft gemaakt van informatie waarover hij als notaris beschikte; iv. valsheid in geschrift heeft gepleegd; en v. zich naar buiten toe als procespartij namens een cliënt heeft gepresenteerd. Dat is onverenigbaar met het notarisambt en in strijd met de voor de notaris geldende beroeps- en gedragsregels. De kamer heeft de klacht op de onderdelen i., iii. en iv. ongegrond en op de onderdelen ii. en v. gegrond verklaard en aan de notaris de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het hof bevestigt de beslissing van de kamer.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken