Hof Amsterdam 8 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:627
Na vernietiging van een eerste UTB door het Hof heeft de inspecteur voor dezelfde douaneschuld een nieuwe (tweede) UTB uitgereikt aan belanghebbende. In hoger beroep oordeelt het Hof, anders dan de rechtbank, dat de tweede UTB tijdig is uitgereikt. De termijn van drie jaar die artikel 221, lid 3, CDW stelt voor het uitreiken van een UTB wordt geschorst door het instellen van beroep in de zin van artikel 243 CDW. Onder het Unierechtelijke begrip ‘beroep’ dient de gehele nationale bezwaar- en beroepsprocedure te worden verstaan, inclusief het hoger beroep en cassatieberoep. Het Hof acht aannemelijk dat de inspecteur de oorspronkelijke boeking in stand heeft gelaten. Zo dit anders mocht zijn was de inspecteur op grond van artikel 217, lid 1, CDW gehouden opnieuw tot boeking over te gaan, daar de mededelingstermijn nog niet was verstreken.
De uitspraak op rechtspraak.nl