Hof Amsterdam 17 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:5114

In geschil is of de auto op het moment van de aangifte BPM essentiële gebreken vertoonde in de zin van artikel 8, lid 4, Uitvoeringsregeling BPM en of de vermindering als bedoeld in artikel 10, lid 1, van de Wet BPM pas kan worden toegepast als de gebreken zijn hersteld. Het Hof oordeelt dat alleen sprake kan zijn van essentiële gebreken als de auto bestemd is voor sloop of wacht op keuring (WOK-status) hetgeen in casu niet het geval is. Er bestaat geen wettelijke belemmering om voor de auto de afschrijving door middel van een taxatie toe te passen. De inspecteur heeft de voorgestane waarde in onbeschadigde staat aannemelijk gemaakt. Ook het, op het moment van de registratie van de auto, in mindering te brengen schadebedrag is met het ingebrachte taxatierapport aannemelijk gemaakt. Aldus heeft de inspecteur de BPM niet tot een te hoog bedrag vastgesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken