Hof Amsterdam 10 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4647
Renteswap. Beroep van kredietnemer op dwaling slaagt. Aan buitengerechtelijke vernietiging komt krachtens art. 3:53 lid 1 BW terugwerkende kracht toe. Vernietiging leidt ertoe dat partijen zonder rechtsgrond hebben gepresteerd. Partijen hebben wederzijds vorderingen uit onverschuldigde betaling verkregen als bedoeld in art. 6:203 BW. Het gevorderde nettobedrag (de betaalde swaprente verminderd met de ontvangen Euribor-rente) is toewijsbaar. De bank heeft geen beroep gedaan op art. 6:210 lid 2 BW dat van toepassing is op de prestatie van de bank (zie ook het arrest van dit hof van 15 september 2015; ECLI:NL:GHAMS:2015:3842). Het hof heeft een tussenarrest gewezen om partijen gelegenheid te geven voor overleg over een regeling in der minne op basis van de bevindingen van het hof, bij gebreke waarvan de gevorderde verklaring voor recht en het gevorderde nettobedrag zullen worden toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl