Hof Amsterdam 26 maart 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:2160
Na vernietiging van een eerste UTB door het Hof heeft de inspecteur voor dezelfde douaneschuld een nieuwe (tweede) UTB uitgereikt aan belanghebbende. In hoger beroep oordeelt het Hof, anders dan de rechtbank, dat de tweede UTB tijdig is uitgereikt. De termijn van drie jaar die artikel 221, lid 3, CDW stelt voor het uitreiken van een UTB wordt geschorst door het instellen van beroep in de zin van artikel 243 CDW. Onder het Unierechtelijke begrip ‘beroep’ dient de gehele nationale bezwaar- en beroepsprocedure te worden verstaan, inclusief het hoger beroep en cassatieberoep. De (tweede) UTB dient evenwel te worden vernietigd omdat de inspecteur wederom het verdedigingsbeginsel heeft geschonden. Geen gronden aanwezig voor een afwijking van de forfaitaire proceskostenvergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl