Hof Amsterdam 8 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:184

Vervolg op HR 23 mei 2014, nr. 12/05645, ECLI:NL:HR:2014:1186, BNB 2014/171. Met ‘belastingplichtige’ in art. 15e, eerste lid, Wet Vpb wordt gedoeld op de vennootschap (BV X) die het vermogensbestanddeel ter zake waarvan de herinvesteringsreserve is gevormd, heeft vervreemd. Doel en strekking van artikel 15e Wet Vpb zouden worden miskend indien een samenstel van rechtshandelingen ertoe zou leiden dat de in artikel 15e Wet voorziene vrijval van de herinvesteringsreserve wordt ontgaan. Het Hof heeft vastgesteld dat een dergelijk samenstel van rechtshandelingen zich in casu voordoet. In het onderhavige geval brengt dan het leerstuk van fraus legis mee dat de herinvesteringsreserve aan de winst van belanghebbende moet worden toegevoegd

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken