Hof Amsterdam 20 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:105
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv), effectenleaseovereenkomst; kan de bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging van rechtshandelingen collectief gestuit worden? De aan de Hoge Raad voorgelegde vragen zijn: - strekt de stuitende werking op de voet van art. 3:316 BW van een collectieve vordering in de zin van art. 3:305a BW zich uit tot de verjaring van de buitengerechtelijke bevoegdheid tot vernietiging van rechtshandelingen krachtens art. 1:89 BW?; en bij een bevestigend antwoord op die vraag, - leidt alsdan een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring van voor het tijdstip waarop de in art. 3:316 lid 2 BW bedoelde termijn van zes maanden is verstreken tot hetzelfde rechtsgevolg als het instellen van een nieuwe eis in de zin van die bepaling?
De uitspraak op rechtspraak.nl