Hof Amsterdam 25 maart 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:915

Uitspraak in Piranha-onderzoek. Verdachte is, na verwijzing door de Hoge Raad, veroordeeld voor het deelnemen aan een criminele organisatie en het voorhanden hebben van wapens beide met een terroristisch oogmerk. Verschillende niet-ontvankelijkheidsverweren, gebaseerd op het ‘ne bis in idem’-beginsel en betrokkenheid van de AIVD bij het onderzoek, zijn verworpen. Het hof heeft geconstateerd dat de verdachte de ogen wenst te sluiten voor de strafrechtelijke relevantie die aan haar gedragingen in 2005 dient te worden toegekend. Dit brengt mee dat de matigende invloed op de staftoemeting die aan tijdsverloop en de wijziging in de levenssituatie van de verdachte in beginsel toekomt, beperkt blijft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen