Hof Amsterdam 2 december 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:5109

De kamer heeft op de voet van artikel 38 lid 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw) de gerechtsdeurwaarder met onmiddellijke ingang voor een periode van zes maanden geschorst in de uitoefening van zijn ambt, zulks in afwachting van de beslissing op de door het BFT op 2 juli 2014 en 4 juli 2014 bij de kamer ingediende klachten. De klachten van het BFT zien – onder meer – op het laten ontstaan van een bewaringstekort, een negatieve liquiditeits- en solvabiliteitspositie van het kantoor, het flatteren van de bewaringspositie door het ten onrechte opboeken van kosten en het onttrekken van gelden van de derdengeldrekening ter voldoening van kantoorkosten. Het hof heeft de beslissing van de kamer bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken