Hof Amsterdam 20 november 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:4901

Nu de inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd, is sprake van schending van het beginsel van de rechten van de verdediging. Deze schending leidt niet tot vernietiging van de uitnodiging tot betaling omdat deze onregelmatigheid niet tot gevolg heeft dat de procedure een andere afloop had kunnen hebben. Het Hof kent wel een proceskostenvergoeding toe. Naar ’s Hofs oordeel heeft de inspecteur aan de hand van het OLAFrapport voldoende aannemelijk gemaakt dat de goederen niet van Maleisische preferentiële oorsprong, maar van Chinese niet-preferentiële oorsprong zijn. De inspecteur was niet gehouden om op grond van artikel 220, lid 2, sub b, CDW af te zien van de navordering van douanerechten en antidumpingrechten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken