Hof Amsterdam 1 juli 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2715

Hof heeft in eerder arrest voor recht verklaard dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst heeft bestaan, Tom Tom veroordeeld het verschuldigde loon c.a. aan geïntimeerde te betalen en voor recht verklaard dat geïntimeerde recht heeft op toekenning van optierechten op aandelen Tom Tom. Hoge Raad heeft cassatieberoep van Tom Tom verworpen. In onderhavige procedure twisten partijen nog over (i) de hoogte van de bonus en (ii) betaling van het met de uitoefening van de opties gemoeide bedrag. Kantonrechter wijst vordering (i) af en vordering (ii) toe. Met betrekking tot de optie-vordering beslist het hof, evenals de kantonrechter, dat door Tom Tom al in de eerdere hofprocedure in dit verband een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid is gedaan en dat het gezag van gewijsde van het in die procedure gewezen hofarrest in de weg staat aan een herhaald beroep op die figuur. De vordering met betrekking tot de bonus wijst het hof alsnog toe. Beroep op 6:648 lid 2 BW hier op inhoudelijke gronden afgewezen. Zwaarwegend belang in de zin van artikel 7:613 BW door Tom Tom niet aannemelijk gemaakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen