Hof Amsterdam 26 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885

Roberts M. is veroordeeld tot 19 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging ter zake van vele gevallen van seksueel misbruik met zeer jonge kinderen en het vervaardigen, verspreiden en bezit van een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. De dagvaarding is nietig ten aanzien van de afbeeldingen die niet nader feitelijk zijn omschreven. De feiten zijn voor het overige bewezen. Bij de doorzoeking van de woning heeft een vormverzuim plaatsgevonden, maar daaraan worden geen consequenties verbonden. Ook verweren met betrekking tot het vereiste minimumbewijs, de verspreiding van kinderporno en het Salduz-verweer zijn verworpen. De ouders zijn niet erkend als slachtoffer in de zin van art. 51a e.v.; dat is aan de wetgever. Alleen de immateriële schade van de kinderen komt (grotendeels) voor vergoeding in aanmerking. Bij de strafoplegging heeft alleen de (enigszins) verminderde toerekenbaarheid een strafverminderend effect gehad. Het hof ziet geen aanleiding te adviseren de TBS eerder te doen aanvangen dan nadat twee-derde van de gevangenisstraf is geëxecuteerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen