Hof Amsterdam 17 december 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:4677
Regresvordering als bedoeld in art. 6:10 BW. Ingevolge art. 3:310 BW is de verjaringstermijn vijf jaar vanaf het tijdstip waarop een hoofdelijke schuldeiser meer aan zijn aandeel dan de schuldeiser betaald. Zijn stuitingsbrieven verzonden naar adressen waaraan degene die de regresvordering pretendeert, redelijkwijs kon aannemen dat de medeschuldenaren daar konden worden bereikt, en zijn ze op die adressen aangekomen? Bewijs opdracht. Is de schuld die is betaald een gemeenschappelijke boedelschuld van de erfgenamen, of een eigen schuld van degene die de regresovrdering pretendeert? Deze vraag moet nog worden beantwoord.
De uitspraak op rechtspraak.nl