Hof Amsterdam 10 december 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:4589
Permanente educatieverplichting. Is betrokkene kandidaat-notaris? Betrokkene heeft zich op het standpunt gesteld dat zij geen kandidaat-notaris meer is, aangezien zij na het voltooien van de beroepsopleiding voor het notariaat ervoor heeft gekozen om op haar kantoor niet langer als kandidaat-notaris maar als notarieel medewerker werkzaam te zijn. Nu betrokkene aan de wettelijke vereisten van artikel 1, eerste lid, aanhef en sub b (oud) Wna (met ingang van 1 januari 2013 vernummerd tot sub c) voldoet, is het hof van oordeel dat betrokkene kandidaat-notaris is en dus aan het tuchtrecht is onderworpen. De functie waarvan in artikel 1 van de Verordening bevordering vakbekwaamheid wordt gesproken betreft de functie van (al dan niet ervaren) kandidaat-notaris. Welke (notariële) werkzaamheden betrokkene op enig moment daadwerkelijk verricht en hoe zij zich presenteert is naar het oordeel van het hof niet van belang bij de beoordeling of zij in strijd met de verordening heeft gehandeld, nog daargelaten dat dit, zeker wat de werkzaamheden betreft, voor de KNB niet is vast te stellen. Ook overigens ziet het hof geen reden om betrokkene als kandidaat-notaris niet aan de educatieverplichting te houden, zodat, nu vaststaat dat zij in het betreffende tijdvak niet aan die verplichting heeft voldaan, de conclusie moet zijn dat betrokkene in strijd met de verordening heeft gehandeld. Een maatregel zou in beginsel gepast zijn, maar gezien de omstandigheden is het hof van oordeel dat dit keer kan worden volstaan met gegrondverklaring van de klacht zonder oplegging van een maatregel.
De uitspraak op rechtspraak.nl