Hof Amsterdam 19 november 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:4189
Omvang en reikwijdte van de taak van de notaris na benoeming op de voet van artikel 677 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. In dit geval heeft de oud-notaris zich zorgvuldig van haar taak in deze gekweten. Het was niet aan de oud-notaris maar aan de erfgenamen zelf om uiteindelijk tot een verdeling van de nalatenschap te komen. Ingevolge artikel 22 Wna is de notaris, voor zover niet bij of krachtens de wet anders is bepaald, ten aanzien van al hetgeen waarvan hij uit hoofde van zijn werkzaamheid als zodanig kennis neemt, tot geheimhouding verplicht. De oud-notaris heeft betwist dat door haar informatie aan notaris A is verstrekt, anders dan de mededeling dat de nalatenschap nog niet was afgewikkeld. Die mededeling valt binnen hetgeen een notaris kan zeggen nu het behoort tot de normale werkwijze van de oud-notaris in een gesprek met de notaris die zij is opgevolgd. De geheimhoudingsplicht strekt zich niet steeds uit tot de wijze waarop een notaris te werk gaat. Ook anderszins is niet gebleken van mogelijke schending van de geheimhoudingsplicht. Dat de afwikkeling van de nalatenschap lang heeft geduurd, valt de oud-notaris niet te verwijten.
De uitspraak op rechtspraak.nl