Hof Amsterdam 6 augustus 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:2404

Krachtens het testament was de notaris verplicht jaarlijks en bij het einde van zijn beheer rekening en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen en in ieder geval jaarlijks aan de erfgenamen een overzicht van alle belastbare inkomsten en fiscaal toelaatbare kosten te doen toekomen. Niet weersproken is dat de notaris dit niet heeft gedaan. De stelling van de notaris dat hij klager regelmatig op de hoogte heeft gebracht van de voortgang van de afwikkeling van de nalatenschap doet hier niet aan af. Meegewogen wordt dat de notaris ter zitting onweersproken heeft aangevoerd dat hij vanaf eind 2008 enkel nog de taak had de woning van erflater te gelde te maken en het afleggen van een separate rekening en verantwoording derhalve niet meer zou hebben ingehouden dan de mededeling dat de woning nog niet was verkocht. Een declaratiegeschil op de voet van artikel 55 lid 2 Wna (zoals dit artikel tot 1 januari 2013 luidde) diende aan de voorzitter van de Ring te worden voorgelegd. Klager heeft de procedure van artikel 55 lid 2 Wna ook gevolgd. Dit betekent niet dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht voor zover die betrekking heeft op de wijze van presenteren door de notaris van de declaraties en het moment waarop hij dit heeft gedaan. Bij het indienen van declaraties dient een notaris immers de in artikel 98 lid 1 (oud) (met ingang van 1 januari 2013 is dit artikel 93 lid 1) Wna neergelegde norm in acht te nemen en aan de hand van die norm dient de tuchtrechter te beoordelen of de notaris inderdaad, zoals klager heeft aangevoerd, niet helder en niet tijdig heeft gedeclareerd. Het is onhandig van de notaris dat hij in verband met het passeren van een akte diezelfde dag aan klager een voorschotdeclaratie heeft gepresenteerd, die ook nog ziet op een periode van ruim drie jaar. Gezien het betaalgedrag van klager is op zichzelf niet onredelijk dat de notaris klager heeft verzocht ten aanzien van de declaratie over de periode juli 2007 tot november 2010 een bedrag bij hem in depot te storten. Het was echter in de gegeven omstandigheden onzorgvuldig en in strijd met hetgeen een behoorlijk notaris betaamt om aan de medewerking aan het passeren van een akte tot afhandeling van het vruchtgebruiklegaat de voorwaarde te verbinden van een dergelijke betaling. Deze handelwijze van de notaris is zodanig ernstig dat de maatregel van waarschuwing passend en geboden is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen