Hof Amsterdam 6 augustus 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:2393

De notaris heeft gelden van de derdengeldrekening naar de kantoorrekening overgeboekt zonder te hebben vastgesteld dat daarvoor de middelen op de derdengeldrekening aanwezig waren. Hierdoor zijn in 2011 en 2012 negatieve bewaringsposities ontstaan. Weliswaar betroffen de negatieve bewaringposities bedragen van relatief geringe omvang, maar aan het ontstaan van de negatieve bewaringsposities en de duur daarvan wordt zwaar getild. Ook wist de notaris van de hachelijke financiële situatie van diens kantoor, welke situatie al vanaf 2010 bestond. Daarnaast heeft het BFT de notaris herhaaldelijk gewaarschuwd en heeft de notaris naar aanleiding van de verschillende gesprekken met de kamer onvoldoende getracht om in te grijpen in de situatie door middel van aanzuivering van de financiën. Van een notaris mag worden verwacht dat hij beschikt over een voldoende financieel inzicht voor het uitoefenen van zijn ambt en het voeren van zijn praktijk. Bij gebreke van zodanig inzicht zal de notaris zijn positie in het rechtsverkeer niet naar behoren kunnen bekleden. Op 17 juli 2012 is de notaris failliet verklaard. Vast is komen te staan dat de notaris niet over het financiële inzicht beschikt dat nodig is om op behoorlijke wijze een notarispraktijk te voeren. De notaris wordt uit het ambt ontzet. Het feit dat de notaris voorafgaand aan het opleggen van een maatregel zelf om zijn ontslag heeft gevraagd - en gekregen - vormt geen beletsel om de notaris eventueel alsnog de maatregel van ontzetting uit het ambt op te leggen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen