Hof Amsterdam 25 juni 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:2012

De stellingen die klager ten grondslag heeft gelegd aan de klacht dat de oud-notaris de belangen van notaris [ A ] en van [ Y ] boven die van klager heeft gesteld, rechtvaardigen op zichzelf niet de conclusie dat het handelen van de oud-notaris als partijdig en onzorgvuldig jegens klager kan worden gekwalificeerd. Gezien de gemotiveerde betwisting door de oud-notaris van die stellingen, had het op de weg van klager gelegen zijn stellingen nader en met concrete feiten te onderbouwen. De oud-notaris heeft zorgvuldig gehandeld door op een terrein waarop de oud-notaris niet bevoegd en deskundig was een Duitse collega in te schakelen. Hij mocht erop vertrouwen dat die Duitse notaris zou zorgen voor een correcte vestiging van een hypotheekrecht op de Duitse onroerende zaak en hem zou waarschuwen indien de totstandkoming van het hypotheekrecht niet zou plaatsvinden. Het was de oud-notaris in het kader van de in het notariaat geldende vrije tarieven toegestaan met zijn opdrachtgever een prijs af te spreken voor de door hem verrichtte werkzaamheden. Door echter naast het notarieel honorarium een percentage van het geleende bedrag te bedingen, heeft de oud-notaris naar het oordeel van het hof de schijn gewekt dat hij een eigen financieel belang had bij het tot stand komen van de geldleningovereenkomsten tussen klager enerzijds en [ X ] en [ Y ] anderzijds. De benaming van dit percentage is daarbij niet van belang. Het hof is van oordeel dat dit in strijd is met artikel 17 Wna, welk artikel beoogt de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de notaris, zowel in wezen als in schijn te waarborgen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen