Hof Amsterdam 9 juli 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:1910
De klacht richt zich niet tegen de (plaatsvervangend) ringvoorzitter die als functionaris van de KNB op dat geschil heeft beslist, maar tegen mr. [ … ] als notaris. In zoverre is het onderhavige geschil geen schil waarbij de KNB belang heeft. Om die reden is mr. Geselschap als vertegenwoordiger van de KNB, niet toegestaan om in hoger beroep als gemachtigde van de notaris op te treden. De heer en mevrouw B. zijn niet alleen zelf cliënten van (het kantoor van) de notaris, maar hebben ook een langdurige zakelijke relatie met hem in die zin dat zij beroepsmatig cliënten naar zijn kantoor verwijzen. Hieruit volgt dat de notaris een zodanige band had met degenen die zich namens klagers wederpartij in het declaratiegeschil hadden gemengd, dat de notaris daarin aanleiding had moeten zien om zich als beslisser in dat geschil te verschonen. Door dit niet te doen heeft de notaris de schijn van partijdigheid gewekt. Maatregel van waarschuwing.
De uitspraak op rechtspraak.nl