Hof Amsterdam 27 juni 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:1884
Bewijs ter zake van de kwalificatie van een spel als kansspel kan niet alleen op de vaststelling van “meerderheden” op basis van (een observatie van) “de praktijk” van een spel betrekking hebben, maar ook op verklaringen van deskundigen en getuigen alsmede op de vaststelling van de wijze waarop het spel in de praktijk wordt gespeeld aan de hand van (een analyse van) de kenmerken en spelregels. In casu staat (met een grote mate van aannemelijkheid) vast dat een modale speler (de “spelers in het algemeen”) noch voor deel 1 noch voor deel 2 van het onderhavige spel “overwegende invloed” heeft of kan hebben op de uitkomst daarvan.
De uitspraak op rechtspraak.nl