Hof Amsterdam 28 mei 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:1621

Begroting redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte in de zin van artikel 6:96, lid 2, sub b en c Burgerlijk Wetboek. Moet bij deze begroting betekenis worden toegekend aan de tussen de gelaedeerde en zijn rechtsbijstandverlener overeengekomen vergoeding van 15% van het te verhalen schadebedrag? Het hof verwerpt de opvatting dat de vergoeding op het afgesproken bedrag moet worden bepaald, omdat het redelijk is dat destijds een no-cure-no-pay-afspraak werd gemaakt met een dergelijke vergoeding

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen