Hof Amsterdam 12 februari 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:1405

Op grond van artikel 99 lid 12 Wna (zoals dit artikel tot 1 januari 2013 luidde) kan een klacht slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, kennis heeft genomen. In de onderhavige zaak is voor de vraag of klaagster ontvankelijk is van belang op welk zij bekend was met de inhoud van het door erflater op 23 augustus 1994 gemaakte testament. Dat was (op zijn laatst) op 14 juni 2000, op welke datum klaagster zich als procespartij voegde in de aanhangig gemaakte procedure in Zwitserland. Dit betekent dat klaagster in haar klacht voor wat betreft het eerste klachtonderdeel niet kan worden ontvangen. De door de notaris ontvangen brief van 16 november 1998 was afkomstig van een Zwitserse advocaat en had een serieuze inhoud. Niet alleen werd daarin het stellige voornemen om een rechtsvordering tot nietigverklaring van het testament van 1994 in te stellen aan de orde gesteld omdat erflater ten tijde van het opmaken van het testament niet meer in staat zou zijn geweest zijn wil te bepalen, maar ook werden in die brief twee verklaringen van artsen geciteerd, waarin wordt gesteld dat de geestelijke vermogens van erflater vanaf 1992 progressief verslechterden. Op grond van het voorgaande is het onjuist dat de notaris na ontvangst van die brief zonder enig nader onderzoek en zonder enige terughoudendheid tot uitbetaling van de gelden uit de nalatenschap is overgegaan aan (adviseurs van) de familie T. en aan zijn eigen kantoor. Hiermee heeft de notaris onvoldoende zorgvuldigheid betracht en het belang van klaagster ernstig veronachtzaamd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen