Hof Amsterdam 31 januari 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:CA2563

Krachtens artikel 20 lid 3 van de Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw) is het de gerechtsdeurwaarder toegestaan andere werkzaamheden, naast de ambtshandelingen als bedoeld in artikel 2 Gdw, te verrichten, voor zover deze de goede en onafhankelijke vervulling van zijn ambt, dan wel het aanzien daarvan, niet schaadt of belemmert. Bij het uitvoeren van incassowerkzaamheden hoeft een gerechtsdeurwaarder niet kenbaar te maken dat hij geen hem bij wet exclusief toebedeelde werkzaamheden verrichtte. Het is immers niet zo dat een gerechtsdeurwaarder bij het uitvoeren van die werkzaamheden geen gerechtsdeurwaarder is. Als een incassotraject geheel door een gerechtsdeurwaarder wordt uitgevoerd, gaat de incassofase vloeiend over in een gerechtelijke fase. Ook in dat licht zou een verplichting voor de gerechtsdeurwaarder zich in beide fasen verschillend te presenteren gekunsteld zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen