Hof Amsterdam 31 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX9037
Nu de kandidaat-notaris alle contacten met betrokkenen heeft onderhouden en alle correspondentie heeft gevoerd, is het hof van oordeel dat de kandidaat-notaris hier als zelfstandig behandelaar kan worden aangemerkt. Het hof volgt de notaris in zijn standpunt dat de kamer heeft miskend dat er in het kader van de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid in dezen gekeken moet worden naar de verschillende rol en verantwoordelijkheid van de notaris en de kandidaat-notaris. Klaagster verwijt de kandidaat-notaris – kort gezegd – dat zij tekort is geschoten in haar zorgplicht jegens klaagster doordat zij bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster niet voldoende voorvarend te werk is gegaan en de tot de nalatenschap van erflaatster behorende effecten niet tijdig heeft verkocht. Een (kandidaat-)notaris die bekend is met de aanwezigheid van een effectenportefeuille in een nalatenschap, dient de erfgenamen te wijzen op het risico van waardedaling en dient voortvarend te werk te gaan ter zake van de (gedeeltelijke) verdeling dan wel verkoop van deze effecten. Evenals de kamer is het hof van oordeel dat de kandidaat-notaris onvoldoende voortvarend te werk is gegaan. Door klaagster is voldoende aannemelijk gemaakt dat de kandidaat-notaris op bepaalde momenten een te afwachtende houding heeft ingenomen. Aan de andere kant had de kandidaat-notaris in deze nalatenschap te maken met twee executeurs die zelf reeds voor een periode van meer dan een jaar verantwoordelijk waren geweest voor de effectenportefeuille. Deze executeurs waren derhalve niet onbekend met het beheer hiervan. Echter zowel ten tijde van dat beheer als na het overdragen van het beheer aan de kandidaat-notaris is op geen enkel moment werkelijk opdracht gegeven (aan de ABN Amro en/of aan de kandidaat-notaris) tot verdeling en/of verkoop van de effecten over te gaan. Een en ander brengt het hof tot het oordeel dat de klacht jegens de kandidaat-notaris gegrond is, maar dat hetgeen haar tuchtrechtelijk te verwijten is onvoldoende aanleiding vormt voor het opleggen van een maatregel.
De uitspraak op rechtspraak.nl