Hof Amsterdam 7 augustus 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX9034

Het BFT verwijt de notaris dat hij zijn jaarstukken 2010 niet tijdig (1) en niet op de juiste wijze (2) heeft ingediend. Voor wat betreft het tweede klachtonderdeel is het hof van oordeel dat de in artikel 2 Reglement Verslagstaten 2010 neergelegde regeling - het indienen van financiële gegevens via digitale weg – niet jegens de notaris kan worden ingeroepen, ook niet bij wijze van anticipatie op komende wetgeving, zoals BFT heeft bepleit. De van belang zijnde artikelen 24 en 112 Wna bieden geen mogelijkheid voor vaststelling van een nadere regeling bij verordening van de wijze waarop de jaarstukken moeten worden ingediend bij het BFT. Op grond van het bepaalde in artikel 89 lid 1 Wna is een dergelijke grondslag wel vereist. Voor wat betreft het eerste klachtonderdeel is het hof evenals de kamer van oordeel dat de notaris niet had mogen volstaan met het inzenden van de aangifte over het jaar 2009, met de mededeling dat de aangifte 2010 overeenkomstig deze aangifte zal zijn, met uitzondering van de inkomsten uit de Raad van Arbeid en de Stichting Notarieel Pensioenfonds. Nu in 2006 aan de notaris reeds de maatregel van waarschuwing is opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de jaarstukken over 2004, zal in de huidige procedure de door de kamer aan de notaris opgelegde maatregel van waarschuwing in stand worden gelaten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen