Hof Amsterdam 6 november 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:4430
Het gaat in deze zaak over het handelen van de notarissen ten tijde van de oprichting van commanditaire vennootschappen (CV’s), de totstandkoming en de beoordeling van de prospectus van die CV’s en alle handelingen nadien. Het behoorde tot de taak van de notarissen om te controleren of alle stukken inhoudelijk met elkaar in overeenstemming waren en bij gebreke aan overeenstemming de commanditaire vennoten hierop te attenderen. Daarbij was het aan de notarissen om erop toe te zien dat de door hen voorgestelde wijzigingen werden overgenomen. Klaarblijkelijk is dit niet geschied. De prospectussen bevatten immers onjuistheden en bij de prospectus van de CV’s is een onjuiste versie van de overeenkomst van beheer en bewaring gevoegd. De notarissen behoorden ook erop toe te zien dat zij bij de oprichting van de CV's over alle relevante stukken beschikten. Onweersproken is dat de inleg door de commanditaire vennoten op de derdengeldrekening van de notarissen is gestort, dat de notarissen deze gelden hebben beheerd en dat zij daarmee door [ B.V. II ] en de Stichting aan hen opgedragen betalingen hebben verricht. Een der notarissen heeft erkend dat de derdengeldrekening van zijn kantoor op deze wijze als bankrekening is gebruikt. Een dergelijk gebruik van de derdengeldrekening is ongeoorloofd. Onder deze omstandigheden wordt voor wat betreft de notaris de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van één week passend en geboden geacht. Voor wat betreft de kandidaat-notaris wordt volstaan met het opleggen van de maatregel van waarschuwing.
De uitspraak op rechtspraak.nl