Hof Amsterdam 22 december 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BV1397

Verwerping preliminaire verweren ten aanzien van tweede dagvaarding in hoger beroep, die naar het oordeel van het hof als oproeping moet worden beschouwd. Preliminair verweer t.a.v. ontbreken bevoegdheid gerechtshof Amsterdam, nu de aanwijzing van Leeuwarden als nevenzittingsplaats is komen te vervallen per 1 oktober 2007, verworpen. Verwerping verweer dat sprake zou zijn van gestuurde informant ex art. 126v Sv. Verdachte, destijds werkzaam als tolk bij de politie, heeft vertrouwelijke gegevens uit een omvangrijk politieonderzoek doorgespeeld aan een (mogelijke) verdachte en daarvoor geld en sieraden van een (mogelijke) verdachte aangenomen. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat hiermee wel sprake is van een gift in de zin van artikel 328ter Sr. Daarnaast acht het hof schending van het beroepsgeheim als bedoeld in 272 Sr. bewezen. Overwegingen tav de strafmaat. Opgelegd wordt een gevangenisstraf van 13 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Verdachte wordt voorts ontzet van het recht van de uitoefening van het beroep van tolk ten behoeve van politie en justitie voor de duur van 5 jaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen