Hof Amsterdam 1 februari 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BT7074
Geen schending redelijke termijn. Toepassing HR 21 oktober 2003 (Drijfmest). Op grond van de in dit arrest genoemde criteria is het hof van oordeel dat sprake is van een nauwe verwevenheid tussen de BV's. Aldus is het hof van oordeel dat de juiste rechtspersoon is gedagvaard. Verdachte had een MOT-melding moeten doen. Vastgesteld kan worden dat verdachte bij de transactie op 29 september 2004 opzettelijk niet de identiteit van de cliënt op de bij de Wet identificatie bij dienstverlening op de voorgeschreven wijze heeft vastgesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl