Hof Amsterdam 4 oktober 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6864

Een (kandidaat-)notaris gedraagt zich in de uitoefening van zijn beroep en daarbuiten zodanig dat de eer en het aanzien van het notariaat niet worden of kunnen worden geschaad, zoals is voorgeschreven in artikel 1 lid 1 Vbg. De kandidaat-notaris doet in haar brief een aanbod tot dienstverlening aan cliënten van de oud-notaris, waarbij zij de hoop uitspreekt op een toekomstige samenwerking met hen. Deze handelwijze is in strijd met hetgeen een redelijk handelend (kandidaat-)notaris betaamt. Daarnaast is de handelwijze van de kandidaat-notaris in strijd met artikel 17 lid 1 Vbg op grond waarvan een (kandidaat-)notaris zich jegens zijn beroepsgenoten als een goed collega dient te gedragen. Op grond van vorenstaande overwegingen is het hof, met de kamer, van oordeel dat de klacht gegrond is, doch ziet hierin onvoldoende aanleiding tot het opleggen van een maatregel. Het hof bevestigt de bestreden beslissing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen