Hof Amsterdam 17 mei 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6520

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, nu degene die in het proces-verbaal van de opsporingsdienst als verdachte is aangemerkt en gehoord niet de verdachte is die voor het hof terechtstaat. De verdachte die voor het hof terechtstaat, is de zoon (met dezelfde voornaam) als de in het proces-verbaal aangemerkte verdachte. Derhalve behoort de voor het hof terechtstaande verdachte te worden vrijgesproken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen