Hof Amsterdam 1 maart 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BS8677

De oud-notaris had volgens klaagster geen medewerking mogen verlenen aan het passeren van de akte houdende levering van aandelen. Het verweer van de oud-notaris in hoger beroep, behelzende dat hij eerst na de aandelentransactie op de hoogte geraakte van het kort geding, treft geen doel, reeds omdat de oud-notaris in e-mailcorrespondentie op diezelfde dag van de bezwaren van klaagster op de hoogte was gesteld, daar zelf ook op had gereageerd, waarna hem bij e-mailbericht van 14.35 uur – derhalve voorafgaande aan de aandelenoverdracht – was bericht dat om 16.00 uur een kort geding was gepland. Aan hetgeen door de kamer werd overwogen met betrekking tot klachtonderdeel 4.2. voegt het hof nog toe dat het ten minste op de weg van de oud-notaris had gelegen om klaagster, tijdig voor het passeren van de leveringsakte, melding te doen van het feit dat hij voornemens was het bedrag van de door klaagster betwiste vordering in mindering te brengen op dan wel te verrekenen met de koopprijs van de aandelen.Het hof is van oordeel dat de door de kamer opgelegde maatregel niet passend is. Het hof acht de maatregel van een schorsing voor de duur van twee weken passend. Het hof zal de beslissing van de kamer in zoverre vernietigen. Het is het hof ambtshalve bekend dat de oud-notaris bij beslissing van dit hof van 26 januari 2010, LJN/BL0670, uit het ambt is ontzet. Niettemin zal het hof de hiervoor genoemde maatregel opleggen. Het hof bekrachtigt onder aanvulling van gronden de bestreden beslissing van de Kamer van Toezicht, met uitzondering van de opgelegde maatregel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen