Hof Amsterdam 12 juli 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1606
Tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting in hoger beroep heeft de notaris gesteld dat zij weliswaar in gebreke is gebleven met het doorsturen van een afschrift van de biedingen maar dat in vervolg op het feit dat klager het aan hem gerichte onderhandse bod had geaccepteerd alle aandacht daarnaar is uitgegaan. De notaris veronderstelde dat betrokkenen niet meer waren geïnteresseerd in de – inmiddels – achterhaalde biedingen. Nu het hof van oordeel is dat de notaris ten aanzien van dit klachtonderdeel heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in het artikel 547 lid 3 Rv, is dit klachtonderdeel gegrond. Voormelde handelwijze op zichzelf rechtvaardigt niet het opleggen van enige maatregel. De door de kamer opgelegde maatregel kan daarom niet in stand blijven. Het hof zal, gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, volstaan met gegrondverklaring van dit klachtonderdeel zonder oplegging van een maatregel.
De uitspraak op rechtspraak.nl