Hof Amsterdam 14 juni 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ9877

Het hof is van mening dat de klagers sub 3. en sub 4. niet dusdanig bij de handelingen van de notaris zijn betrokken – zij waren geen partij bij de koopovereenkomst en ook anderszins is geen relevant belang van deze klagers bij de beklaagde handelwijze van de notaris aannemelijk geworden – dat zij als belanghebbenden bij een uitspraak over de klacht kunnen worden aangemerkt. Anders dan de kamer is het hof van oordeel dat de notaris zich bij het verrichten van zijn werkzaamheden voldoende van zijn taak heeft gekweten en dat er geen sprake is van een schending van artikel 17 lid 1 Wna. Het hof is van oordeel dat de notaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij eerst na ontvangst van de door partijen ondertekende koopovereenkomst op 13 mei 2009 en inzage in de openbare registers op diezelfde dag, op de hoogte geraakte van het bestaan van het opstalrecht. Het hof vernietigt de bestreden beslissing van de kamer en verklaart de klacht van klagers sub 1. en 2. ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen