Hof Amsterdam 17 februari 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6118
Het geschil betreft de tijdigheid van de naheffingsaanslag. Tevens is in geschil de hoeveelheid aangevoerde mest. Nu het aanslagbiljet is gedagtekend op 30 december 2004 moet het ervoor worden gehouden dat op die datum de naheffingsaanslag is vastgesteld, tenzij aannemelijk is dat het aanslagbiljet eerst na de dag van dagtekening is verzonden. Naar het oordeel van het Hof is niet aannemelijk geworden dat het aanslagbiljet pas na de datum van dagtekening is verzonden. Gelet op de verklaring van degene die de mest bij belanghebbende heeft afgeleverd, welke verklaring is vastgelegd in een proces-verbaal dat is opgemaakt op ambtseed, respectievelijk op ambtsbelofte, door een tweetal opsporingsambtenaren van de AID, en de door belanghebbende in 1999 afgelegde verklaring heeft belanghebbende naar het oordeel van het Hof aannemelijk gemaakt dat er in 1999 minder dan 442 ton mest is aangevoerd op zijn bedrijf, laat staan dat dit overtuigend zou zijn aangetoond. Het gelijk is aan de inspecteur.
De uitspraak op rechtspraak.nl