Hof Amsterdam 9 november 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO6928

Klagers verwijten de notarissen dat zij onvoldoende hebben toegezien op het optreden van hun medewerkers zodat deze notariële handelingen konden verrichten waarbij de belangen van klagers zijn veronachtzaamd. Artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna). Als uitgangspunt geldt dat klachten tegen medewerkers van (kandidaat-)notarissen worden geacht te zijn gericht tegen de (kandidaat-)notaris, die voor de medewerker verantwoordelijk is. Indien de handelwijze van een medewerker is toe te rekenen aan een bepaald dossier, dat onder de verantwoordelijkheid van een specifieke (kandidaat-)notaris valt, dan dient de klacht te worden beschouwd als te zijn gericht tegen die betrokken (kandidaat-)notaris. Wanneer er geen sprake is van een dergelijke specifieke verantwoordelijkheid, dient de klacht te worden beschouwd als te zijn gericht tegen die betrokken (kandidaat-)notaris. Wanneer er geen sprake is van een dergelijke specifieke verantwoordelijkheid, dient de klacht te worden gericht tegen de (waarnemer van de) notaris(sen) in wiens/wier protocol de akte wordt gepasseerd, dan wel indien er geen akte wordt gepasseerd, tegen de notaris(sen) bij wie de betrokken medewerker in dienst is. Naar het oordeel van het hof kunnen klagers niet in hun klacht worden ontvangen. [naam kandidaat-notaris] heeft de litigieuze akte van levering van 27 juni 2006 gepasseerd. Hieruit volgt dat het handelen van [A] in het kader van het dossier waarin deze akte is gepasseerd onder de verantwoordelijkheid van [naam kandidaat-notaris] viel en niet onder die van de notarissen. Dat betekent dat klagers de verkeerde personen in deze tuchtrechtelijke procedure hebben betrokken. Het hof vernietigt de beslissing waarvan beroep en verklaart klagers niet ontvankelijk in hun klacht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen