Hof Amsterdam 14 september 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO0554

De oud-notaris had een verzoek tot wraking dienen in te dienen zodra de feiten en omstandigheden waardoor – naar zijn mening - de rechterlijke onpartijdigheid schade kan hebben geleden aan hem bekend zijn geworden. Nu mr. Vrieze de zaak heeft voorgelegd aan de kamer op grond van artikel 96 lid 6 Wna en zelf niet bij de inhoudelijke beoordeling van de zaak betrokken is geweest, is naar oordeel van het hof, geen sprake van schending van het beginsel van de scheiding der machten. Het hof is van oordeel dat het feit dat de oud-notaris voorafgaand aan het opleggen van de maatregel zelf om zijn ontslag heeft verzocht geen beletsel vormt om de oud-notaris alsnog de maatregel van ontzetting uit het ambt op te leggen. Geen van de door de oud-notaris genoemde bezwaren tegen de gang van zaken in eerste aanleg geeft aanleiding tot vernietiging van de bestreden beslissing. Het hof bekrachtigt de bestreden beslissing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen