Hof Amsterdam 2 september 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BN6223

Belanghebbende had ingevolge de AKW recht op kinderbijslag in verband met de door hem betaalde kosten van levensonderhoud van zijn in Marokko, bij belanghebbendes ex-echtgenote, wonende dochter. Hij vroeg geen kinderbijslag aan. Op grond van het Verdrag met Marokko zou de kinderbijslag niet aan hem, maar aan zijn ex-echtgenote worden uitbetaald. Het Hof is van oordeel dat belanghebbende op grond van 6.14, eerste lid, aanhef en onderdeel a, Wet IB geen recht op aftrek van kosten van levensonderhoud heeft. Er is geen sprake van een situatie zoals bedoeld in artikel 18, vierde lid, AKW. Volgens het Hof is voorts geen sprake van een ongelijke behandeling die in strijd is met de Grondwet, het EVRM en het BUPO. De stelling van belanghebbende dat hij destijds geen kinderbijslag had aangevraagd omdat hij niet van de mogelijkheid daartoe op de hoogte was, doet aan het oordeel van het Hof niet af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen