Hof Amsterdam 8 juli 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4106

In geschil is of de beschikking terecht aan belanghebbende, vennoot van een VOF bekend is gemaakt en of het object, een gehuurde kantoornunit, als een zelfstandig object in de zin van de wet Woz moet worden aangemerkt. Het Hof verenigt zich met de beslissing van de rechtbank wat betreft de bekendmaking van de beschikking, die is terecht aan belanghebbende, in zijn hoedanigheid van vennoot bekend gemaakt. Naar het oordeel van het Hof is van belang of een object gelet op zijn functie voldoende zelfstandigheid bezit. Nu vaststaat dat in het object geen eigen toilet- en watervoorziening is en de huurder(s) zijn aangewezen op de elders in het gebouw aanwezige en gezamenlijk te gebruiken sanitaire voorzieningen, oordeelt het Hof, anders dan de rechtbank, dat het object geen afzonderlijk geheel is als bedoeld in artikel 16, aanhef en onder letter c, van de Wet Woz. Hoger beroep gegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen