Hof Amsterdam 29 juli 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BN3433

Door een gedragslijn van de inspecteur kon belanghebbende in de jaren 1998-1999, in weerwil van de wettelijke bepalingen, verrekenbare fosfaatsaldi opbouwen. Met ingang van het jaar 2001 zijn de wettelijke bepalingen juist gehanteerd. Gezien de Meststoffenwet en de Regeling is niet in geschil dat het fosfaatsaldo van 572 kilogram niet voor verrekening in aanmerking komt nu belanghebbende in 2005 beschikte over minder dan 2,5 GVE per ha. Belanghebbende beroept zich op gewekt vertrouwen. Tevergeefs, omdat belanghebbende in de toelichting bij de jaarlijkse aangifte heeft kunnen lezen dat alle landbouwgrond moest worden meegerekend, zodat zij geen fosfaatsaldo kon opbouwen. Ook kon het belanghebbende reeds ten tijde van het doen van de aangifte 2004 bekend zijn dat alle landbouwgrond in aanmerking moest worden genomen. Verder kan niet het in rechte te beschermen vertrouwen zijn gewekt dat belanghebbende voldeed aan de norm van 2,5 GVE per ha, nu de inspecteur met juistheid heeft gesteld dat het doen van een verfijnde aangifte niet is voorbehouden aan bedrijven die voldoen aan deze norm.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen